dinsdag 20 oktober 2015

Natuurelementalen.


Natuurelementalen.



Uit de Griekse mythologie.

‘In de oude tijd, toen Kronos nog wereldheerser was, leefde het gouden mensengeslacht (nadagen van Atlantis). Net als de goden leefden zij in zaligheid, vrij van zorgen en lasten. De gebreken van de ouderdom waren hun onbekend. Vervuld van kracht en vrij van euvel genoten zij van onbezorgde feesten. Zij stierven pas op zeer hoge leeftijd in hun slaap. Tijdens hun leven leden zij geen gebrek. De voedende aarde schonk hun vrijwillig van haar overvloed. Vele kuddes weidden op haar grond. De mensen verrichten hun dagelijks werk in vrede en geluk. De zalige goden waren hun goed gezind en gingen vertrouwelijk met de mensen om. Toen dit mensengeslacht de aarde verliet (ca. 13000 jr. geleden), veranderden zij deels in goede, bovenaardse geesten, beschermgoden voor de stervelingen die na hen kwamen. Als in ‘nevelen’ gehuld wandelen zij over de aarde en brengen de mensen rijkdom en zegen.’

Aldus de Griekse dichter Hesodius

‘Uit de mensengeslachten’. Achtste eeuw v. Chr.



Voorwoord.

Volgens het bovenstaande verhaal stammen de natuurgeesten nog uit het ‘gouden tijdperk van de wereld’. Zij werken als bovenaardse beschermgoden tot het welzijn van de mensheid, maar moeten beslist niet met Engelen worden verward. Vooral in de Griekse mythologie worden hun goden beschreven als geweldig verheven natuurmachten. De mensen uit die klassieke oudheid stonden destijds nog dicht bij de goden en voelden zich nauw verbonden met de geestwezens van de natuur. Maar dat laat onverlet dat de natuurgeesten niet zouden bestaan. In tegenstelling tot de Elementalen in het vorige verhaal, die als deel van de schepping de grondslag vormen van ons bestaan, is er ook sprake van ‘Natuurelementalen’. De termen ‘Elementalen en Natuurelementalen’ worden nog wel eens door elkaar gebruikt. De term Natuurelementalen heeft betrekking op een soort natuurwezens of natuurgeesten, die specifiek werken in de vier elementen van de natuur: ‘aarde-, water-, lucht- en vuur’. Paracelsus (1493-1541), de grote geleerde en arts uit de late Middeleeuwen, verdeelde de natuurgeesten naar deze vier elementen en noemde hen in dezelfde volgorde respectievelijk: ‘Gnomen, Undines, Sylfiden en Salamanders’. Ook Goethe beschreef deze machtige natuurgeesten in samenhang met de vier elementen. De benaming Natuurgeesten of Natuurelementalen, is een overkoepelende aanduiding voor alle in de natuur voorkomende ‘Lichtwezens’. Wezens die in vele legendes, parabels of kinderverhalen voorkomen als: ‘Feeën, Elven, Kobolden, Nimfen, Nixen, etc.’, zijn allemaal Lichtwezens die als Natuurelementalen in de natuur voorkomen. In deze familie is er echter één uitzondering: de Bijbelse Engelen. Deze Engelen werken niet binnen de aardse sfeer, maar in het bereik van de hemelse sferen. Daarom behoren zij niet tot de natuurgeesten. Alle Natuurelementalen of Natuurgeesten, werken op de een of andere manier voor het voortbestaan van de aarde. Zij beschermen het natuurlijke milieu en zij koesteren de mens met helende energieën. De genoemde Natuurelementalen en het zijn er velen met een diversiteit aan verschijningsvormen, bewonen de gehele levende natuur en tevens de vier genoemde elementen. De reden waarom men het begrip Natuurelementalen vaak gelijkstelt aan de ‘Feeën, Elven, Gnomen, etc.’, komt door hun sterke personificatie. Het zijn geen anonieme wezens, zij beschikken net zoals de mens over een eigen vorm van identiteit. Zij allen staan dicht bij de mens en hebben een gezicht en een stem. Hun uiterlijk heeft menselijke trekken. Daarom is het relatief makkelijk verbinding met ze te maken en een persoonlijk contact met hen op te bouwen, mits men daarvoor de juiste spirituele gevoeligheid heeft. Want zij zijn allen vierdimensionaal en leven in de fijnstoffelijke (etherische) wereld. Wij kunnen hen als ‘aard geesten’ vooral tegenkomen op plaatsen waar de natuur met haar elementen ‘aarde, water, lucht en vuur’ gerespecteerd wordt en waar men met liefde voor ‘bloemen en planten’ zorgt. Overigens maken veel natuurgeesten, zoals Feeën en Elven deel uit van de Deva- evolutie in het etherisch ondergebied van de fijnstoffelijke wereld. 
Zij zijn geen zielen in de betekenis van geïndividualiseerde menselijke zielen. Maar eerder fragmenten van uiteenlopende soorten en niveaus van hogere Deva-wezens in ontwikkeling. Zij evolueren vooral door de ontwikkeling van het gevoel, terwijl de mens evolueert doormiddel van het denken. Zij incarneren dan ook nooit als mensen. Bovendien evolueren zij als groepsziel en de mens als individu. Daarom is er ook een grote wisselwerking tussen de Feeënwereld en de dierenwereld. Beschermen en begeleiden zij, behalve hun taak voor het instandhouden van de natuur, ook mede vanuit dit Feeënrijk de dierenwereld. Bovendien vinden er vanuit dit rijk tevens ook evoluties plaats naar de dierenwereld.     


Natuurelementalen.

Moderne geciviliseerde mensen hebben er meestal moeite mee om aan te nemen dat de bewoners van de ‘Feeënwereld’, want daar hebben we het in essentie over, ook echt bestaan. Maar zo goed als de fijnstoffelijke wereld een realiteit is en uit verschillende energieniveaus bestaat, zijn deze ‘geestelijke wezens’ op het etherische niveau waarop zij existeren: ‘bedoeld voor het verzorgen en het in stand houden van de natuur’, eveneens een realiteit. Zij allen zijn geestelijke wezens, die ons verbinden met de aardse natuur als expressie van ‘Al Dat Is’ (de goddelijke Albron). Dus zijn de verschillende soorten ‘Feeën’, nooit kwaadaardig. Dit in tegenstelling tot veel volksverhalen en sprookjes over kwaadaardige natuurwezens. In alle verhalen waarin zogenaamd sprake is van kwaadaardige aardgeesten, valt het op dat alleen mensen met een zelfde soort instelling of karakter hiermee te maken kregen. In de Feeënwereld zou op grond van de eerder genoemde vier natuurelementen, de volgende indeling gemaakt kunnen worden:

·         onderaardse wachters, bijvoorbeeld: ‘dwergen, alven en gnomen’;

·         hoeders van wateren, bijvoorbeeld: ‘nixen, undinen, watermannen, etc.’

·         hoeders van de lucht, bijvoorbeeld: ‘elven, sylfen, deva’s, dryaden, etc.’

·         hoeders van licht en vuur, bijvoorbeeld: ‘djinns, salamanders, vulkanen, etc.’




Onderaardse wachters.

De onderaardse wachters leven onder de grond. Zij wonen echter niet, zoals mensen vaak geloven, in holen of in mijnen. Omdat deze wezens niet grofstoffelijk zijn zoals mensen, kunnen zij daadwerkelijk in de aarde wonen. Maar ook al wonen zij onderaards in de grond, toch komen zij vaak naar het aardoppervlak. Zij laten zich af en toe onder bepaalde omstandigheden aan mensen zien, alleen luchtfeeën zoals elven vertonen zich soms wat vaker. Voor de aardfeeën of onderaardse wachters, zijn er verschillende benamingen in omloop. In ons land kennen wij: ‘dwergen, gnomen, kobolden, trollen en kabouters’. In andere landen en culturen worden zij weer met talloze andere namen aangeduid. Er bestaat wel een grote verscheidenheid aan onderaardse feeënwezens, maar niet zo groot als het aantal namen doet vermoeden. Zo behoren bijvoorbeeld de Keltische ‘Sidhe, Follets, Kobolden en Ngo-nama’, waarschijnlijk tot dezelfde soort. Maar dwergen en trollen behoren weer tot een andere categorie aardgeesten. De verschillende soorten vloeien voort uit een tweede element, dat naast het element Aarde voor deze wezens een belangrijke rol speelt. Voor dwergen is uitsluitend het element Aarde van betekenis. Kobolden en de andere van die soort, hebben vaak een sterke affiniteit met het element Water. Kabouters voelen zich vaak ook thuis op schepen, hoewel zij tot de aardgeesten behoren. Interessant zijn de overeenkomsten tussen al deze aardgeesten. Als zij toevallig onder bepaalde omstandigheden aan de mens verschijnen (kortsluiting in energiefrequentie), zijn zij bijna altijd klein van gestalte. Met uitzondering van ‘Trollen en Vulkanen’, die zich groter voor kunnen doen. Bovendien zijn aardgeesten bijna altijd buitengewoon sterk en zijn ze vertrouwd met de magie van de aarde. Zo kunnen zij de mens aan welvaart en aanzien helpen, een kunst die zij met genoegen schijnen uit te oefenen aan mensen, die hen met respect bejegenen. Voor wat betreft de Alven, zijn zij de lichtste wezens van het aardrijk. De Alven of Elfen wonen ondergronds in Alvenheuvels en worden als beschermers van de oogst beschouwd. Vulkaangeesten zijn behalve met het element Aarde nauw verbonden met het element Vuur.




Hoeders van wateren.

Watergeesten of waterfeeën hebben weliswaar een nauwe band met de wateren, maar zijn niet altijd aan dit element gebonden. Waterfeeën kunnen uit het water komen en dat doen zij dan ook geregeld, maar gaan nooit ver van huis. Opvallend is dat als mensen waterfeeën ontmoeten, dit meestal buiten het water gebeurt. Watergeesten vertonen zich echter niet zo vaak als ‘aard- en luchtgeesten’. Dat heeft voornamelijk te maken met hun energie. Terwijl ‘aard- en luchtgeesten’ zowel vrouwelijke als mannelijke energie hebben, stralen watergeesten alleen vrouwelijke energie uit en vuurgeesten alleen mannelijke energie. Watergeesten zijn zoals bij alle natuurgeesten, in alle culturen te vinden in allerlei vormen en onder allerlei namen. In onze cultuur komen vooral namen voor als: ‘Nixen, Undinen, Zeemeerminnen, Watermannen, etc.’ Doch in de beschrijvingen van watergeesten zijn niet zoveel verschillen als bij de aardgeesten. In de regel verschijnen watergeesten aan de mens als ‘bevallige, mooie gedaanten met prachtige ogen’. Soms beschikken zij ook over zangtalent. Vaak zijn ze net als zeemeerminnen naakt of hebben ze schubben als een vis. Als ze kleding dragen is deze groen of blauw van kleur en gemaakt van een substantie die lijkt op algen of op water. Zoals gesteld, worden zij hoofdzakelijk als vrouwelijke wezens waargenomen. Ook deze waterfeeën beschikken over grote krachten en werken zij voornamelijk op het gevoel. Wanneer men in sagen vertelt over Nixen, die een mens in het water willen trekken, verwijst dit alleen maar naar de angst van mensen (vooral mannen) om door emoties overspoeld te worden. Zich daaraan over te geven en mogelijk in die gevoelens te verdrinken. Vandaar dat in alle verhalen de liefde van de waterfeeën een grote rol speelt. Water is het symbool voor verandering, maar ook verbonden met angst. Maar de veranderingen die de geesten van het element Water teweegbrengen, zijn hoofdzakelijk positieve veranderingen op het emotionele vlak. Tijdens de Middeleeuwen en op veel plaatsen nog langer, was het in een aantal Europese landen gebruikelijk om een emmer bronwater naast het bed van een stervende te zetten. De watergeesten hielpen de stervende zich dan van zijn lichaam los te maken en zich voor de reis naar het hiernamaals schoon te wassen.



Hoeders van de lucht.

De Feeën van het element Lucht leven niet enkel in de lucht, zoals men op het eerste gezicht zou verwachten. Zij leven net als de mens boven het aardoppervlak of er net even onder in zogenaamde Alvenheuvels. Zij worden als beschermers van de oogst beschouwd. De meeste luchtgeesten kunnen zich door de lucht voortbewegen, maar sommigen kunnen behalve in Alvenheuvels ook in grotten voorkomen en anderen weer op planten. Luchtfeeën voldoen nog het meest aan het beeld dat mensen in het algemeen van Feeën hebben. De meeste Feeën van het element Lucht zijn ‘zeer bevallig, etherisch, vriendelijk en buitengewoon mooi’. Zij kunnen goed met mensen communiceren. Deze Elfen, want daar hebben we het dan over, staan bijzonder dicht bij de mensen en komen graag met hen in contact. Hun benamingen zijn zeer divers. Bij ons worden zij Elfen genoemd, maar in andere culturen komen ze voor als: ‘Deva’s in India, Sylfen en Oreaden of Dryaden in Griekenland en als Leschiye in Rusland’. Maar in heel veel andere landen weer onder andere namen. Vooral over luchtgeesten wordt bijna in alle culturen positief gedacht, wat voornamelijk met het element Lucht te maken heeft, dat te licht en te zuiver is om negatief over te kunnen zijn. Uiteraard vond men in het christendom vroeger alle natuurgeesten, behalve de Engelen, hoogst verdacht. Maar het is opvallend dat zij de luchtgeesten nooit als kwaadaardig hebben aangemerkt. Tijdens de Middeleeuwen, toen Elfen nog algemeen bekend waren, werd zelfs beweerd dat Elfen vroeger Engelen waren geweest. Maar dan Engelen die om redenen uit de hemel verbannen waren, maar niet tot de hel veroordeeld waren. In veel volksverhalen en sprookjes worden Elfen steevast uitgebeeld als tere, mooie wezentjes. Zij zingen en dansen, hebben meestal vleugels en zijn altijd wel te vinden voor een grap. Dit zegt iets over de ware luchtige natuur van de lieftallige Elfen en luchtgeesten. Vooral zang en dans symboliseren deze wezentjes en in het bijzonder zijn zij de brengers van inspiratie en van creativiteit. De vleugels waarmee zij in veel verhalen zijn uitgerust, symboliseren: ‘Lichtheid en vrijheid’ en de mogelijkheid zich te verheffen naar hogere sferen. De Elfenhumor geeft hun lichtvoetigheid weer en het vermogen om tussen de werelden heen en weer te kunnen pendelen, om zo van hun opgedane vreugde iets op mensen over te kunnen brengen.


Hoeders van licht en vuur.

Ook het element Vuur kent zijn eigen Feeën. Deze lichte wezens wonen overal waar hitte, licht of vlammen zijn. Meestal zijn vuurwezens zeer ijl, maar soms laten zij zich heel even zien, in de bliksem bijvoorbeeld. Sommigen leven hoog in de lucht, maar anderen weer diep onder de grond in vulkanen bijvoorbeeld. Het woord ‘vulkaan’ is afgeleid van de naam Vulcanus, de hoogste Romeinse vuurgod. Later werd deze naam ook gebruikt voor onderaardse vuurgeesten. Tegenwoordig kent men deze naam alleen nog als de plaats waar het magma van de Aarde uitbarst en niet meer als Vuurgeest. De middeleeuwse arts Paracelsus noemde de vuurgeesten: ‘Salamanders’, terwijl wij deze naam alleen als diersoort kennen. De term Vuurdeva’s zou een duidelijker benaming voor deze vuurgeesten zijn. Maar met Vuurdeva’s wordt in engere zin alleen de soort vuurelfen die in de lucht voorkomen, aangegeven. Vuurdeva’s verschijnen slechts zelden aan de mens, op een enkele uitzondering na en dat was open ‘haardvuur’. Maar dat komt steeds minder voor. Hoewel de vurige natuurgeesten altijd al moeilijk waarneembaar waren, werden ze door de mens toch gerespecteerd. Men bracht geregeld offers aan de vuurgeesten. Bij de weinige natuurvolkeren die nu nog volgens oude tradities leven, worden de vuurgeesten nog steeds als uitgesproken ‘heilig en machtig’ beschouwd. Bij de Inca’s en de Grieken bewaakten tempelmaagden de heilige vuurplaatsen. Bij de Romeinen deden de Vestaalse maagden dat. De Kelten kenden Bridget, een vrouwelijke beschermgeest van het vuur, de haard en de vruchtbaarheid. In het hindoeïsme begon men de ochtendceremonie met een vuuroffer en met gezongen hymnen aan de vuurgod Agni. Hoe dan ook, aan het vuur en in het vuur wonende wezens schreef men altijd grote macht toe, zowel ten goede als ten kwade. In Europese sprookjes en sagen komen vuurwezens zelden voor. Maar als we de eigenschappen die horen bij het element Vuur onder de loep nemen, dan blijkt dat vuurwezens wel degelijk vaak een rol spelen. In ieder sprookje dat om het thema transformatie en vernieuwing draait, gaat het indirect over het vuur. Het zelfde geldt voor het onderwerp Liefde, ongetwijfeld het meest beschreven thema in de literatuur. Want de Liefde maakt het leven pas compleet. Want wie ‘in Liefde is ontbrand staat in Vuur en Vlam’. Er bestaat een algemeen gebruik dat geen religieuze achtergrond kent en toch steeds weer uitgevoerd wordt. Op romantische momenten en als we iemand willen herdenken, steken wij een kaarsje aan. Wij voelen intuïtief aan dat de geest van het Vuur (en Licht) de energie van het hart versterkt en de gevoelens verdiept.


Inspiratie: ‘Atlas van Natuurgeesten’, Ron van Valkenberg.                                        

                     

Geen opmerkingen:

Een reactie posten