dinsdag 28 januari 2014

De 'Lijkwade van Turijn en de Sluier van Veronica'.

Deel 1

De geschiedenis van de lijkwade van Turijn.

Er zijn meer dan vermoedens dat het ‘Kleed van Edessa’, later de lijkwade van Turijn genoemd, inderdaad de ‘eeuwigheid’ heeft doorstaan en het betreffende doek, het doek betreft waarin Jezus gewikkeld was bij zijn begrafenis. Uiteindelijk begon pas in de twintigste eeuw een reeks onderzoeken om het kleed te kunnen dateren. Het kleed werd destijds ontdekt tijdens herstelwerkzaamheden aan de stadspoorten van Edessa (Griekenland), nadat deze stad in het jaar 525 na Chr. door een grote overstroming getroffen was. Het doek lag achter enkele stenen in een van de te herstellen stadspoorten. Kennelijk was het kleed daar verborgen gehouden. Mogelijk is dat gebeurd om het te beschermen tegen het Perzische leger of tegen de vervolgers van Christenen eeuwen daarvoor. Aan het einde van de zesde eeuw schreef Evagrius Scholasticus (Syrische geleerde) al dat Edessa beschermd werd door een portret van Jezus op een historisch kleed, waarvan de afbeelding door ‘God en niet door mensenhanden’ gemaakt was. Edessa was al sinds 639 na Chr. in handen van de Arabieren en werd het kleed later door het christelijke Constantinopel geruild tegen islamitische gevangenen. In 730 na Chr. schreef de heilige Johannes Damascenus voor het eerst dat het kleed een lijkwade was. In 944 na Chr. hield Gregorius Referendarius, de aartsbisschop van de Hagia Sophia, een preek over de lijkwade. Deze preek is in de vorige eeuw in de archieven van het Vaticaan teruggevonden. In deze preek wordt nadrukkelijk gesproken over de afbeelding van een heel lichaam en niet alleen van een gezicht. Ook wordt een bloedvlek aan de zijkant van het lichaam genoemd. Ook andere documenten, die in het bezit zijn van zowel de Vaticaanse Bibliotheek in Rome als de Universiteit van Leiden, spreken over een afbeelding van een volledig lichaam in plaats van alleen een gezicht. De documenten citeren een persoon met de naam Smera, die 950 in Constantinopel was en het kleed beschrijft. Sinds de verovering van Constantinopel (het huidige Istanboel) door de kruisvaarders in 1204, werd aanvankelijk niets meer van het kleed vernomen. Er wordt verondersteld dat de kruisvaarders het Kleed van Edessa mee naar Jeruzalem hadden genomen. Waarna het kleed mogelijk overging in handen van de Tempeliers, de ‘schatbewaarders’ van Jeruzalem. Hoe het ook zij, na verscheidene omzwervingen kwam het ‘Kleed van Edessa’ in 1454 in het bezit van de Hertog Louis van Savoye. Deze bewaarde de lijkwade in een nieuwe kapel, die korte tijd later door paus Paulus II tot kerk werd gezegend. De lijkwade werd toen een bekende en populaire relikwie. Men geloofde niet alleen dat de lijkwade authentiek was, maar ook dat de lijkwade magische eigenschappen had. Europese vorsten vroegen ‘tijd met de wade’ aan, om het kleed te kunnen aanbidden. In 1481 plaatste de Hertog Louis van Savoye de lijkwade in een kist in zijn kapel, die afgedekt werd met rood fluweel en met zilveren spijkers. Maar in 1532 brak er brand uit in de kapel en de kist met de lijkwade raakte daarbij licht beschadigd. Nonnen werden opgedragen de lijkwade te herstellen. In 1578 werd de lijkwade uiteindelijk overgebracht naar Turijn. Sinds 1983 is de lijkwade eigendom van de Heilige Stoel in Rome. De Rooms Katholieke Kerk gaf in 1988 toestemming aan een aantal wetenschappers, om een vezel uit de lijkwade te halen voor wetenschappelijk onderzoek. In 1997 werd de lijkwade weer opnieuw bedreigd door brand, maar liep het uiteindelijk goed af. Vanaf 2002 werd de lijkwade verschillende keren opnieuw tentoongesteld. Het lijkt moeilijk te concluderen dat het ‘Kleed van Edessa’ niet het doodskleed van Jezus is, na bestudering van al deze bekende historische feiten. Het is nu aan de wetenschap om de lijkwade zodanig met geavanceerde technieken te onderzoeken, dat de bewering van echtheid niet verder meer tegengesproken kan worden. In het onderstaande zal een aantal van deze onderzoeken nader belicht gaan worden, maar los van de ‘Lijkwade van Turijn’, is er ook nog sprake van een tweede historisch doek waarop de afbeelding van Jezus op geprojecteerd staat. Hier zal eerst nader op in worden gegaan.

De ‘Sluier van Veronica’.

Het bezoek van Paus Benedictus XVI aan een Italiaans klooster in september 2006 heeft de publieke aandacht opnieuw gevestigd op een zeer waardevol historisch doek, dat daar bewaard wordt en waarop een afbeelding staat die eveneens het gelaat van Jezus duidelijk laat zien. Het naar verhouding kleine doek is uitgebreid vergeleken met de Lijkwade van Turijn. Treffend zijn de buitengewone overeenkomsten tussen de twee beeltenissen en de aard van de afbeeldingen zelf. Volgens de christelijke traditie veegde een vrouw (Veronica), het gelaat van Jezus af toen hij tijdens de kruisgang op weg naar de berg Golgotha liep, waarbij een afbeelding van het gezicht van Jezus in het doek werd afgedrukt. Veronica die bij haar geboorte ‘Berenice’ was genoemd, was een jongere vriendin van Maria Magdalena. Zij was destijds aanwezig bij de kruisiging van Christus. Toen Veronica zag dat het ‘zicht’ van Jezus vertroebeld werd door bloed en vuil, die vanuit de wonden van zijn doornenkroon in zijn ogen stroomden, drong zij door de aanwezige menigte heen en nam zij de witte zijde sluier van haar hoofd. Zij gaf deze sluier aan Jezus opdat hij het vuil uit zijn ogen kon vegen en weer kon zien waar hij liep. Nadat Jezus de hoofddoek weer had teruggegeven, bleek later dat het beeld van het gezicht van Jezus voor altijd op de dunnen witte zijde van de hoofddoek was afgedrukt. Volgens overleveringen reisde Veronica later naar Rome om het doek aan de Romeinse Keizer Tiberius te schenken. Het verhaal van Veronica en haar sluier komt niet in de Bijbel voor, maar is wel een van de ‘staties’ van de Kruisweg. Voor degenen die achter de naam Veronica een betekenis zoeken, vertegenwoordigt de naam een code. De naam is namelijk een samenvoeging van het Latijnse Vera, dat ‘waarheid’ betekent en het Griekse Icon wat ‘beeltenis’ betekent. In de Middeleeuwen werd de ‘Sluier van Veronica’ verkozen als de ‘Ware Beeltenis’ van Jezus Christus, zelfs boven die van de ‘Lijkwade van Turijn’. Het witte doorschijnende doek, dat al in de Middeleeuwen werd vereerd als de ‘Sluier van Veronica’, is ongeveer 17 x 25 inch groot en vertoont de gelaatstrekken van een baardig persoon met lang haar en open eerlijke ogen. Zoals gezegd was het doek oorspronkelijk in Romeinse handen, maar werd het doek in 1297 op last van paus Bonifatius VII naar de Sint Pieter gebracht en werd het doek tot 1608 in de Vaticaanse Basiliek bewaard en tentoongesteld voor christelijke pelgrims. Naar verluidt beschikt het doek bovendien over wonderbaarlijke en genezende eigenschappen. Documenten tonen aan dat het doek later in handen kwam van monniken in een klooster van Manoppello in de buurt van Rome.

Bijzondere eigenschappen van de ‘Sluier van Veronica’.

Manoppello is een stadje op ongeveer 24 km afstand van Rome, waar het doek sindsdien bewaard wordt. Het Vaticaan blijft volhouden dat het nog de originele sluier betreft. Italiaanse wetenschappers, die de sluier van Manoppello onder ultraviolet licht onderzochten, ontdekten in 1977 al dat de vezels geen pigment bevatten en concludeerden dat de afbeelding van het gelaat van Christus op het doek niet kan zijn geschilderd of met gekleurde vezels is geweven. In 1999 maakte een Duitse priester en geleerde, pastoor Heinrich Pfeiffer bekend, dat hij na 13 jaar onderzoek tot de conclusie was gekomen, dat het doek in Manoppello de authentieke ‘Sluier van Veronica’ was. Het doek met de afmeting van ongeveer 25 x 17 inch is gemaakt van byssus, een zeer fijn linnen gemaakt van zijdeachtige byssusdraden afkomstig van mosselvezels. De sluier bezit een aantal buitengewone eigenschappen, de afbeelding van Christus verschijnt of verdwijnt afhankelijk van de lichtinval op het doek. De afbeelding blijkt ook ‘driedimensionaal’ te zijn wanneer het bekeken wordt vanaf een bepaalde afstand en vanaf een bepaalde hoek. En de identieke afbeelding verschijnt aan beide zijden van het doek, zoals een fotografische dia, wat met gebruikmaking van oude technieken onmogelijk bereikt zou kunnen worden. Wetenschappelijk onderzoek dat de gelaatsafbeelding op de Turijnse Lijkwade vergeleek met de sluier uit Manoppello, toont aan dat zij exact hetzelfde formaat hebben en op elkaar gelegd kunnen worden. De enige verschillen tussen de twee afbeeldingen zijn dat op de Turijnse lijkwade de wonden die op het gezicht nog steeds open zijn, terwijl op de ‘Sluier van Veronica’ de wonden dicht zijn. Bovendien zijn op de sluier uit Manoppello de mond en de ogen open, terwijl ze op de lijkwade van Turijn gesloten zijn. De onderzoekers die de twee afbeeldingen bestudeerd hebben, concludeerden dat het gelaat in beide afbeeldingen exact hetzelfde is, maar dat de afbeeldingen op twee verschillende momenten op de doeken zijn geprojecteerd. De duidelijkheid van de afbeelding op de ‘Sluier van Veronica’, die ontegenzeggelijk 2000 jr. oud is, verbaast bezoekers aan het altaar. Een Italiaanse pelgrim zei dat de afbeelding haar vervulde met een gevoel van ‘verwondering’. Zij zei, ik kan niet verklaren hoe het gelaat van Christus na al die tijd nog zo zichtbaar is gebleven.  

Wetenschappelijk onderzoek van de Lijkwade van Turijn.

De Rooms Katholieke Kerk heeft lange tijd ontkend dat hij nog bestond: de lijkwade van Jezus, waarin hij begraven werd in een grot nabij Jeruzalem, maar kwam daar later op terug. Volgens een legende die later werd opgeschreven door Eusebius van Caesarea, had de invalide koning van Edessa, Adbar V Ouchma, die leefde ten tijde van Jezus, Jezus geschreven om hem te genezen. Doordat de brief na de dood van Jezus aangekomen was, zou apostel Judas Thaddeus gekomen zijn, die een kleed bij zich had met daarop een afbeelding van het gezicht van Jezus. Toen de koning het gezicht van Jezus zag, werd hij terstond op miraculeuze wijze genezen. Onbekend is waarom het kleed daarna zolang verborgen werd gehouden. Mogelijk is dat gebeurd om het te beschermen tegen het Perzische leger, of tegen de vervolgers van Christenen. Uiteindelijk werd het kleed vijf eeuwen later in Edessa ontdekt. Omdat er zolang getwijfeld werd over de echtheid van de lijkwade, gaf de Katholieke Kerk in 1988 uiteindelijk  toestemming om het kleed aan wetenschappelijk onderzoek te laten onderwerpen. Een onderzoek doormiddel van een koolstof 14 methode, toonde echter aan dat het relikwie vermoedelijk dateerde uit een periode tussen 1260 en 1390 na Chr. Maar volgens chemicus Raymond Rogers, toentertijd zijdelings betrokken bij het onderzoeksproject, werd destijds het slechtst bruikbare stukje vezel geselecteerd voor nader onderzoek. Maar een nieuw onderzoek met modernere methoden toonde in 2005 al aan, dat het doek wel degelijk uit een van de vroegste eeuwen van onze jaartelling dateerde. Raymond Rogers, die opnieuw bij het onderzoek betrokken werd verklaarde, dat in 1988 gesneden werd uit een middeleeuws lapje stof dat destijds in de wade was geweven om de brandschade van eeuwen terug te repareren. Het monster dat met de koolstofdateringsmethode werd onderzocht, heeft volkomen andere chemische eigenschappen dan de stof uit het resterende deel van de lijkwade, zei Raymond Rogers. Bij het onderzoek analyseerde en vergeleek Roger het monster dat gebruikt werd bij de tests in 1988 met andere monsters van het doek. Zijn nieuwe analyses onthulden de aanwezigheid van een scheikundige stof, Vanilline genaamd, in het monster van het middeleeuwse lapje stof van weleer, maar niet in de rest van de wade. Vanilline, dat aanwezig is in linnen afkomstig van vlasvezels die gebruikt werden om het te weven, verdwijnt langzaam uit de vezels na een te berekenen tijd, zei Rogers. Uitgaande van die berekeningen zou er in een middeleeuwse wade nog overal 37 procent van Vanilline aanwezig moeten zijn. Maar er bevond zich geen Vanilline meer in de nieuwe monsters van de lijkwade die Rogers heeft geanalyseerd. Hetgeen Rogers als chemicus ertoe bracht de ouderdom van de wade te schatten op ongeveer 2000 jr. geleden, in plaats van max. 800 jr. uit het eerdere onderzoek. Dus veel ouder dat werd aangenomen op basis van de eerdere koolstofdatering.

Meerdere wetenschappelijke onderzoeken.

Sinds de koolstofdatering van 1988 heeft de wetenschap dus bepaalt niet stil gezeten om de authenticiteit van de lijkwade op wetenschappelijke gronden te staven. Ondanks veel kritiek en tegenargumenten toonde nieuw verkregen bewijsmateriaal van onder meer een textielrestaurateur, van een forensisch patholoog, een microbioloog, fotografische deskundigen en van verschillende kunst- en lijkwade experts tot de algemene conclusie, dat de lijkwade wel degelijk uit de eerste eeuw na Chr. kon dateren. Allen verwierpen de koolstofdatering als uitermate onnauwkeurig, ten gevolge van de keuze van het oorspronkelijke monster dat voor de test gekozen was. Wetenschappers van het onderzoeksproject ‘Lijkwade van Turijn’, die nader onderzoek deden naar de ‘geprojecteerde’ afbeelding op de wade, hielden op een gegeven moment rekening met de mogelijkheid dat: ‘een onbekende energiekracht gericht op het levenloze lichaam in de lijkwade, met een intense hitte of lichtfrequentie gedurende fracties van seconden, mogelijkerwijs de oorzaak is geweest dat de Lijkwade een premature polaroid film werd’. Tot dezelfde conclusie kwam ook Robert Dinager van het wetenschappelijk laboratorium in Los Alamos (VS). Hij meent eveneens dat de beeltenis mogelijk ontstaan is door een kortdurende energiepuls van zeer hoge frequentie. Je zou kunnen zeggen dat het een momentopname was, veroorzaakt door een flinke hoeveelheid energie gedurende extreem korte tijd. Peter Schumacher, uitvinder van de VP-8 beeldanalysator van de NASA, die de driedimensionale kenmerken van de afbeelding ontdekte, beschrijft de afbeelding als een ‘3D topografisch beeld dat fungeert als een fotografisch negatief’. De uitermate subtiele schaduwwerking van de lijkwade is volgens zijn verklaring een ‘grafiek’ van de nabijheid van het weefsel tot het lichaam. Tegelijkertijd fungeert het als een fotografisch negatief. Schumacher beschrijft de ontdekking van de 3D-afbeelding als volgt: ‘ik had voor dat moment nog nooit van de ‘Lijkwade van Turijn’ gehoord. Ik had ook geen idee waar ik naar keek. Maar de resultaten waren met niets te vergelijken van wat ik voorheen of sindsdien via de VP-8 analysator ontwikkeld heb’. Alleen de ‘Lijkwade van Turijn’ heeft deze resultaten aan het licht gebracht vanuit een isometrisch projectieonderzoek met de VP-8 beeldanalysator. Ook vanuit ander wetenschappelijk onderzoek, onder andere de ‘Kwantumfysica’ kwam men nadien met opmerkelijke resultaten. Maar daar over meer in het volgende deel van de Lijkwade.  


Inspiratie: Internet. Share.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten